Hoe belast je digitale activiteit?

De economie van de 21ste eeuw is een digitale economie. Terwijl de digitalisering steeds belangrijker wordt, gebruiken we vandaag nog een belastingstelsel dat gericht is op een economie uit de 20ste eeuw. Met andere woorden; het huidige model vraagt om een grondige update.

Met dit doel in het achterhoofd heeft de Europese Commissie volgende voorstellen gepubliceerd om de digitale economie op een eerlijke manier te belasten:

  1. Een bedrijf is aanwezig in een lidstaat, en dus belastingplichtig, maar heeft geen fysieke vestiging in deze lidstaat.
  2. Het belasten van de digitale activiteiten en het berekenen van hun waarden.

Voor mij is het belangrijk dat iedereen zijn steentje bijdraagt. Maar we moeten wel uitkijken dat:

  1. Eenzelfde activiteit niet dubbel belast wordt.
  2. Een gelijk speelveld gegarandeerd is, waarbij we geen enkel bedrijf of sector discrimineren.
  3. De administratieve lasten zo beperkt mogelijk worden gehouden.

Europese regels voor een eerlijke vennootschapsbelasting

Neen, dit betreft geen nieuwe belasting, maar een harmonisering van de bestaande systemen. Vandaag moet een bedrijf dat in meerdere Europese lidstaten opereert, ook in elk van deze lidstaten een belastingaangifte doen. De heffingsgrondslag wordt dan ook in elke lidstaat anders berekend.

Met het voorstel van een Gemeenschappelijke Geconsolideerde Heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting wil de Europese Commissie aan deze administratieve nachtmerrie een einde maken. Na een minder succesvolle poging in 2011, besloot de Commissie in 2017 twee nieuwe voorstellen te lanceren.

In een eerste richtlijn wordt de heffingsgrondslag geharmoniseerd. Dit zal een einde maken aan de vele uitzonderingsregelingen en aftrekposten en zo agressieve belastingplanning en belastingontwijking tegengaan.

Een tweede richtlijn zal ervoor zorgen dat de geïnde belastinginkomsten toebedeeld worden aan de lidstaat waar de belastbare activiteit plaatsvond. Deze verdeling, op basis van een vooropgestelde formule, zal bestaan uit drie factoren: activa, arbeid en verkoop. In de toekomst zou digitale activiteit hier nog aan toegevoegd worden.

Aan de belastingtarieven wordt niet geraakt, want dit behoort tot de bevoegdheden van de lidstaten. Het is belangrijk dat de concurrentie tussen lidstaten blijft bestaan; maar dan wel een transparante en eerlijke concurrentie. Dit is nodig als drijfveer voor de lidstaten om zo efficient mogelijk hun middelen in te zetten. Zij kunnen dan enkel concurreren op basis van infrastructuur en het belastingtarief.

Het doel van deze maatregel is een gelijk speelveld voor KMO’s te versterken, de administratieve lasten voor alle bedrijven sterk te verminderen en een oneerlijke concurrentie op belastingen tussen de lidstaten tegen te gaan. Ik ben dan ook een sterke voorstander van dit initiatief.